In het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 3.0 (PDDB3.0; Tijms et al., 2021) staat nauwkeurig beschreven aan welke criteria moet worden voldaan om een kind de classificatie ernstige dyslexie toe te kennen, waarmee het kind vervolgens recht heeft op vergoede behandeling. Dit protocol wordt ingezet wanneer ouders/verzorgers en/of school een kind op een basisschool aanmelden bij een dyslexiepraktijk of -instelling met de vraag of er bij het kind sprake is van dyslexie. Een mogelijke keerzijde van de toepassing van dit protocol, dat louter gericht is op de classificatie van ‘ernstige dyslexie’, is dat er een te nauwe blik ontstaat op het kind en diens omgeving. Hierdoor kan belangrijke informatie voor de diagnostiek, behandeling en ondersteuning over het hoofd worden gezien, waardoor het kind minder effectief en duurzaam geholpen wordt.
De SDN wijst daarom op het belang van het toepassen van PDDB3.0 binnen een bredere klinische benadering. Het volgen van het protocol is geen doel op zich, maar een middel dat ingebed moet zijn in een breder diagnostisch- en behandelproces, namelijk de binnen de orthopedagogiek en psychologie gangbare handelingsgerichte diagnostiek (HGD; Pameijer et al., 2024), en de daarmee verwante verklarende analyse (Tempel et al., 2022). Een bredere klinische benadering is transactioneel, oplossingsgericht, wegend, en prospectief (Bijen & Loykens, 2022; Tempel et al., 2022).
Lees meer over deze bredere benadering van de diagnostiek en behandeling van dyslexie en de aanbevelingen van de SDN hierbij in onderstaande publicatie:
PDDB3.0 binnen een bredere benadering van de diagnostiek en behandeling van dyslexie - SDN, 2025
